
Bedrijven in Nederland laten jaarlijks miljoenen euro’s liggen door onbenutte daken
9 augustus 2025Doorbraak of te mooi om waar te zijn?
Tijdens CES 2026 kwam het Finse Donut Lab met een opvallende aankondiging: een all-solid-state batterij (volledig vaste elektrolyt, dus zonder brandbare vloeistoffen) die volgens het bedrijf niet alleen een labprototype is, maar “ready for OEM production”. Met andere woorden: geschikt om nu al in echte producten en voertuigen te gaan zitten.
Als die beweringen kloppen, kan dit een van de grootste sprongen in batterijtechnologie in jaren zijn — niet alleen voor EV’s, maar óók voor thuisbatterijen en stationaire opslag. Tegelijk zijn dit precies het soort claims waarbij de batterijwereld doorgaans zegt: eerst meten, dan geloven.
In dit artikel zetten we op een rij wat er tot dusverre bekend is, wat er nog ontbreekt aan bewijs, en vooral: wat de impact zou zijn op de markt als Donut Lab daadwerkelijk levert wat het belooft.
Wat is een all-solid-state batterij eigenlijk?
De meeste huidige lithium-ion batterijen gebruiken een vloeibare (of gel-) elektrolyt. Die is effectief, maar kan onder bepaalde omstandigheden bijdragen aan brandrisico en vereist vaak uitgebreide beveiliging, koeling en pack-ontwerp om thermal runaway te voorkomen.
Een all-solid-state batterij vervangt die vloeistof door een vaste elektrolyt. Theoretisch levert dat grote voordelen op:
- Veiligheid: minder (of geen) brandbare vloeistoffen
- Hogere energiedichtheid: meer energie per kilo / liter
- Sneller laden: mogelijk hogere laadsnelheden
- Betere prestaties bij kou: afhankelijk van chemie en ontwerp
- Langere levensduur: bij goede interface-stabiliteit
Maar… solid-state is al jaren “bijna klaar”. De bottleneck is vaak de combinatie van productieschaal, duurzaamheid bij hoge laadstromen, en het voorkomen van problemen zoals dendrietvorming en interface-degradatie.
Wat Donut Lab claimt (de opvallendste punten)
Donut Lab zet hoog in met een “alles tegelijk”-verhaal. De kernclaims die publiek rondgaan:
1) Energiedichtheid: 400 Wh/kg
Dit is (als het cell-level is én in serieproductie haalbaar) bijzonder hoog. Ter vergelijking: moderne Li-ion cellen in massaproductie zitten grofweg in een lagere bandbreedte, afhankelijk van chemie en toepassing. Een sprong naar 400 Wh/kg zou ontwerpvrijheid geven: meer range óf minder gewicht bij dezelfde actieradius.
2) Snelladen: naar 100% in ~5 minuten
Donut Lab spreekt over volledig laden in ongeveer vijf minuten. Dat is extreem: in de praktijk betekent dit heel hoge laadvermogens en uitstekende warmtehuishouding. Bij bestaande batterijen is juist de laatste 20% berucht omdat laadvermogen daar vaak fors terugvalt (taper) om schade en hitte te beperken.
3) Levensduur: “tot 100.000 cycli”
Dit is misschien wel de meest spectaculaire claim. Want als “1 cyclus” echt een volledige 0–100–0% cyclus is, dan is 100.000 cycli voor consumenten praktisch “eeuwig”. Daarom is hier één vraag cruciaal: welke definitie van een cyclus gebruikt Donut Lab? (Diepte van ontlading, temperatuur, laad/ontlaadsnelheid, etc.)
4) Temperatuurprestaties: –30°C tot >100°C
Donut Lab stelt dat de batterij bij extreme kou en hitte vrijwel geen capaciteit verliest. Dat zou enorme implicaties hebben voor EV’s in de winter en voor thuisopslag in onverwarmde ruimtes.
5) Veiligheid en “geen dendrieten”
Het bedrijf positioneert de batterij als veiliger en claimt problemen zoals dendrietvorming te tackelen. In solid-state trajecten is dat vaak een doorslaggevende uitdaging — dus dit punt vraagt sterk om onafhankelijke data.
6) Kosten en materialen: “abundant” en geopolitiek veilig
Donut Lab zegt materialen te gebruiken die ruim beschikbaar, betaalbaar en geopolitiek minder gevoelig zijn — en zelfs goedkoper dan Li-ion kunnen uitpakken. Dat zou een gamechanger zijn, maar zolang de exacte chemie niet openbaar is, blijft dit vooral een belofte.
Wat we (nog) niet weten — en waarom dat ertoe doet
De batterijwereld is streng: een doorbraak is pas echt wanneer hij schaalbaar, reproduceerbaar en betrouwbaar is. Op dit moment zijn er belangrijke open vragen:
Is 400 Wh/kg cell-level of pack-level?
- Cell-level cijfers zijn vaak hoger.
- De consument (EV/thuisbatterij) ervaart pack-level, inclusief behuizing, BMS, verbindingen, koeling, veiligheid.
Een geweldige cel kan nog steeds een “gemiddeld” pack opleveren als het systeem veel extra gewicht/volume nodig heeft.
Wat betekent “5 minuten naar 100%” in de praktijk?
Snelladen gaat niet alleen om chemie, maar ook om:
- warmteontwikkeling in cel en pack,
- laadcurve (taper of niet),
- kabel/connector koeling,
- en vooral: laadinfrastructuur en netcapaciteit.
Bij motorfietsen worden in berichtgeving soms ook ~10 minuten genoemd — realistischer, maar nog steeds enorm snel.
Hoe definieert Donut Lab “100.000 cycli”?
Dit is dé sleutelvraag. Mogelijke verklaringen:
- microcycli / ondiepe cycli,
- specifieke testcondities (lage DoD, ideale temperatuur),
- of een claim die wel waar is, maar niet 1-op-1 vergelijkbaar met de marktstandaard.
Hoe ver is de productie écht opgeschaald?
“Ready for OEM production” kan betekenen:
- pilotproductie / kleinschalige series,
- of massaproductie op gigafactory-niveau.
Dat verschil is gigantisch. De eerste is al indrukwekkend; de tweede is pas echt markt-ontwrichtend.
De eerste echte test: voertuigen op de weg in 2026
Wat dit verhaal extra interessant maakt: Donut Lab koppelt de aankondiging aan een concreet productpad. Er wordt gesproken over inzet in Verge Motorcycles (TS Pro/Ultra) in Q1 2026.
Als dat gebeurt, dan krijgen we eindelijk iets waar solid-state vaak op stukloopt: real-world data. Denk aan:
- laadcurve in de praktijk (van 10% tot 100%),
- gedrag bij kou/hitte,
- degradatie na intensief gebruik,
- en veiligheidsperformance onder echte omstandigheden.
Impact op EV’s als alle claims waar blijken te zijn
Stel: Donut Lab levert écht wat het belooft (hoge energiedichtheid + ultrafast charging + extreem lange levensduur + hoge veiligheid + lagere kosten). Dan verschuift de EV-markt in meerdere opzichten.
1) Actieradius of gewicht: een nieuw ontwerpregime
Met hogere energiedichtheid kunnen OEM’s kiezen:
- meer range zonder grotere batterij, of
- dezelfde range met minder batterijgewicht, wat efficiëntie en rijgedrag verbetert.
Minder gewicht betekent bovendien:
- minder bandenslijtage,
- mogelijk kleinere remmen/onderstel,
- lager energieverbruik per km.
2) Snelladen: de bottleneck verhuist naar infrastructuur
Als batterijcellen écht 5–10 minuten tot (bijna) vol aankunnen, dan ligt de rem niet meer bij de batterij maar bij:
- laadstation-vermogen (meerdere auto’s tegelijk),
- netaansluiting en piekbelasting,
- buffering op locatie (stationaire opslag),
- en warmtebeheer in kabel/connector.
Met andere woorden: batterijen kunnen het misschien aan — maar kan het net het aan?
3) Veiligheid en thermisch management: simpeler en goedkoper
Een veiliger chemie kan packs minder complex maken:
- minder zware koeling,
- minder isolatie en compartimentering,
- lagere verzekerings- en veiligheidscapex op systeemniveau.
En dat werkt door in prijs en onderhoud.
4) Levensduur en restwaarde: batterij wordt “asset”
Als batterijen veel langer meegaan dan de auto, wordt:
- EV-restwaarde stabieler,
- tweede leven vanzelfsprekend (stationaire opslag),
- V2G/V2H aantrekkelijker, omdat cycli minder “kostbaar” zijn.
Impact op thuisbatterijen als alle claims waar blijken te zijn
Voor thuisopslag zijn de prioriteiten iets anders dan in EV’s. Hier tellen vooral:
- veiligheid (plaatsing in/aan huis),
- kosten per kWh en kosten per cyclus (LCOE),
- levensduur en garantie,
- rendement en betrouwbaarheid in dagelijkse cycli.
1) Een sprong in “kosten per cyclus”
Zelfs als de praktijk niet 100.000 cycli is maar “slechts” 10.000 cycli op systeemniveau, kan dat thuisopslag enorm veranderen:
- langere technische levensduur,
- minder afschrijving per opgeslagen kWh,
- aantrekkelijker om dagelijks te sturen op dynamische tarieven, zonne-overschot en piekvermijding.
2) Veiligheid kan de markt openbreken (installatie en acceptatie)
Als brandrisico écht significant lager wordt, kan dat invloed hebben op:
- plaatsingsmogelijkheden (garage/berging/binnen),
- eisen van verzekeraars,
- acceptatie in appartementen en VvE’s,
- en mogelijk zelfs op normering en vergunningstrajecten.
3) Betere prestaties in koude schuren/garages
In Nederland staan thuisbatterijen vaak in een onverwarmde ruimte. Als kouprestatie bijna gelijk blijft, scheelt dat:
- voorverwarming/conditionering,
- efficiëntieverlies in de winter,
- en systeemcomplexiteit.
4) Vormfactorvrijheid: nieuwe productcategorieën
Donut Lab praat over flexibele vormen en integratie. Voor thuisopslag kan dit leiden tot:
- slankere wandpacks,
- modulaire systemen met lagere installatiedrempel,
- mogelijk structurele integratie in gebouwen (dat laatste vergt wel zware normering en is niet “morgen”).
Wat betekent dit voor de batterijmarkt?
Als Donut Lab inderdaad in 2026 al overtuigend levert, dan ontstaat er een kettingreactie:
OEM’s gaan herplannen
Autofabrikanten en systeemintegrators bewegen snel richting technologie die:
- kosten verlaagt,
- laadtijd vermindert,
- veiligheid verbetert,
- en supply chain risico’s verkleint.
Concurrenten worden gedwongen te versnellen
Veel solid-state trajecten mikken op commercialisatie later in het decennium. Een geloofwaardige “nu al”-doorbraak trekt:
- investeringen,
- partnerships,
- en productroadmaps naar voren.
Infrastructuur en stationaire opslag worden nóg belangrijker
Sneller laden betekent hogere pieken. Dat stimuleert:
- lokale buffering (batterijcontainers bij snellaadstations),
- slim energiebeheer,
- en netverzwaring waar nodig.
Voor partijen in duurzame energie en opslag (zoals PowerVolt’s doelgroep) is dit juist het punt waar techniek en markt elkaar raken.
De nuchtere conclusie: potentieel gigantisch, maar bewijs komt pas met real-world data
Donut Lab’s aankondiging is precies het soort verhaal dat je zelden ziet: meer energiedichtheid, sneller laden, veiliger, veel langere levensduur én goedkoper — allemaal tegelijk. Dat is óf een historische doorbraak, óf een claimpakket dat straks in detail wordt afgezwakt zodra meetmethoden en praktijkcondities zichtbaar worden.
Het goede nieuws: omdat er gesproken wordt over voertuigen op de weg in 2026, hoeven we niet jaren te wachten op antwoorden. De komende maanden worden bepalend.
Waar we op letten in 2026 (checklist)
Wil je deze ontwikkeling echt kunnen duiden, dan zijn dit de datapoints die je wilt zien:
- Onafhankelijke metingen van Wh/kg en Wh/L (cell vs pack)
- Snellaadcurves (10–80%, 80–100%, taper, warmte)
- Degradatie na honderden/duizenden cycli onder relevante condities
- Veiligheidstesten (penetratie, crush, overcharge, thermal abuse)
- Productieschaal (GWh-capaciteit, yield, kostprijs richting €/kWh)
- Garantievoorwaarden in echte producten (EV én stationair)
Wat betekent dit concreet voor jou als consument of ondernemer?
- EV-rijders: als snelladen richting tankbeurt-snelheid gaat, wordt EV rijden nóg eenvoudiger — maar verwacht dat laadpleinen en netcapaciteit het tempo bepalen.
- Huiseigenaren met zonnepanelen: langere levensduur en hogere veiligheid kunnen thuisopslag aantrekkelijker maken, zeker bij dynamische tarieven en netcongestie.
- Installateurs/energiebedrijven: snellere laad- en opslagtechnologie vergroot de vraag naar slim EMS, peak shaving, buffering en integratie met het net.


